Het huwelijksvermogensrecht

Het huwelijk is een contract tussen twee mensen die zich verbinden.

Het huwelijksvermogensrecht is een geheel van regels die enerzijds de vermogensrechterlijke belangen tussen de echtgenoten regelen omtrent hun levensgemeenschap die ontstaat tijdens het huwelijk en anderzijds hun vermogensverhouding ten opzichte van derden.

Deze regels zijn uiteraard enkel van toepassing voor wie kiest voor het huwelijk.

Men kan er wel zijn inspiratie uithalen voor bijvoorbeeld de redactie van een samenlevingscontract.

Het samenleven van mensen brengt dus mee dat er tussen hun respectieve vermogens heel wat financiële bewegingen zijn. Het belang van de juiste regels om de correcte verrekeningen te maken wanneer het huwelijk eindigt kan dus niet onderschat worden.

HuwelijksvermogensrechtOp het ogenblik dat het huwelijk ontbonden wordt (door echtscheiding of door overlijden) dienen hun vermogens opnieuw uit elkaar gehaald te worden of vereffend en verdeeld te worden. Hierdoor ontstaan de verschillende vermogensrekeningen. Deze procedure wordt de ‘vereffening-verdeling’ genoemd. Deze ontbinding vergt heel wat voorbereidingswerk.

Die voorbereiding gebeurt best zo vroeg mogelijk wanneer het huwelijk ontbonden is of dreigt te worden. Veel zal afhangen van de documenten die kunnen aantonen waarop een echtgenoot recht heeft.

Nadenken over welk huwelijksstelsel het best beantwoordt aan de bedoelingen van de echtgenoten en hun verwachtingen is eveneens belangrijk wanneer zij belangrijke financiële beslissingen nemen.

Onder deze rubriek gaan we verder in op de werking van het secundair huwelijksvermogensrecht.

Alle gehuwden die geen huwelijkscontract hebben afgesloten vallen automatisch onder het wettelijk stelsel. Uiteraard kan men ook huwen met een huwelijkscontract waarin voor het wettelijk stelsel wordt gekozen, al dan niet met bepaalde afwijkingen.

Het wettelijk stelsel vertrekt van het principe dat alles wat echtgenoten hadden op de dag van het huwelijk en alles dat zij tijdens het huwelijk verwerven uit erfenis, schenking of testament eigen is.

Alle andere goederen en inkomsten die zij verwerven, zijnde de inkomsten uit hun arbeid of de opbrengsten van hun goederen (bijv. de huur van een eigen goed) zijn gemeenschappelijk. De schulden die zij maken zijn dat ook.

Het wettelijk stelsel doet bijgevolg drie vermogens ontstaan: het eigen vermogen van de man, het eigen vermogen van de vrouw en het gemeenschappelijk vermogen dat op zichzelf bestaat.

In de praktijk houden echtgenoten geen rekening met deze drie afzonderlijke vermogens en gebeuren er allerhande verrichtingen waarbij er vermenging ontstaat tussen die vermogens.
Op het ogenblik dat één van de echtgenoten overlijdt of dat echtgenoten wensen te scheiden moet het huwelijksvermogensstelsel ontbonden worden.

Gezien echtgenoten in de praktijk geen rekening hebben gehouden met de onderverdeling in drie vermogens moeten deze vermogens naar aanleiding van de ontbinding eerst terug afgebakend worden met mogelijke verrekeningen.

Eens de vermogens volledig in kaart zijn gebracht en de nodige vergoedingsrekeningen werden opgemaakt, kan de uiteindelijke vereffening plaatsvinden. Dit houdt in dat elke echtgenoot zijn eigen vermogen krijgt toebedeeld en de helft van het gemeenschappelijk vermogen.

Ingeval het huwelijk wordt ontbonden door overlijden, zal in het vermogen van de eerststervende enerzijds zijn eigen vermogen vallen en anderzijds zijn helft in het gemeenschappelijk vermogen.

In het Burgerlijk Wetboek zijn een aantal bepalingen voorzien die toestaan bepaalde afwijkingen te voorzien betreffende ofwel de samenstelling van dit gemeenschappelijk vermogen, ofwel de verdeling ervan:

Inbreng in de gemeenschap

Echtgenoten kunnen bepalen dat een goed dat eigenlijk op basis van de regels van het wettelijk stelsel een eigen goed is van één van de echtgenoten, toch gemeenschappelijk is. Dit eigen goed wordt dan ingebracht in de wettelijke gemeenschap.

Dit kan bijvoorbeeld interessant zijn wanneer het om de gezinswoning gaat waarin het hele gezin gehuisvest is en de echtgenoten een belangrijke verbouwing plannen, die gefinancierd zal worden door een krediet op gezamenlijke naam.

Om te vermijden dat bij ontbinding van het huwelijk het eigen vermogen belangrijke vergoedingen verschuldigd zijn aan het gemeenschappelijk vermogen (eigenlijk is dit de quasi volledige terugbetaling van het krediet), kan ervoor geopteerd worden dit goed in te brengen.

Uiteraard kan voorzien worden dat bijvoorbeeld bij ontbinding van het huwelijk door echtscheiding de echtgenoot die de inbreng doet bij voorrang de woning kan overnemen en eventueel een vergoeding, vooraf becijferd, krijgt voor zijn inbreng.

Afwijking van de regelen van verdeling

Een andere afwijking bestaat erin dat echtgenoten in hun huwelijkscontract gaan afwijken van de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen.

In de regel komt dit gemeenschappelijk vermogen aan beide echtgenoten elk voor de helft toe.

Er kan bijvoorbeeld bepaald worden dat aan de langstlevende de volledige huwelijksgemeenschap zal toekomen (het zogenaamd verblijvingsbeding). Men kan ook kiezen voor andere breukdelen: bijvoorbeeld ¾ of ¼ komt toe aan de langstlevende.

Huwelijksadvocaat MechelenDaarnaast kan men ook specifiek gaan bepalen welke goederen toekomen aan de langstlevende, bijvoorbeeld alle roerende of alle onroerende goederen. Of kan men stellen dat de langstlevende een bepaald goed mag “vooraf nemen”, bijvoorbeeld de gezinswoning en dat de resterende gemeenschap bij helften verdeeld zal worden.

Er zijn talrijke mogelijkheden. Belangrijk is dat dergelijke bedingen tot gevolg hebben dat de langstlevende echtgenoot die gemeenschap in volle eigendom krijgt en bijgevolg niet in onverdeeldheid komt met andere erfgerechtigden.

Deze regeling heeft dus een belangrijke implicatie op de manier waarop de kinderen de erfenis van hun ouders ontvangen.

De dag van vandaag wordt meestal standaard een keuzebeding onder optie ingelast in een huwelijkscontract. Dergelijke keuzebeding heeft als grote voordeel dat verschillende mogelijkheden worden voorzien. Op het ogenblik van overlijden kan de langstlevende zelf naargelang de feitelijke situatie kiezen welke regeling toegepast moet worden.

Indien wordt gekozen voor het stelsel van algehele gemeenschap betekent dit dat alles wat wordt verworven na datum van het huwelijk gemeenschappelijk is. Enkel de goederen waarvan men al eigenaar was op datum huwelijk blijven eigen.

In dergelijk stelsel is er vanaf datum van het huwelijk slechts één vermogen meer, namelijk het gemeenschappelijk.

Uiteraard kunnen ook hier afwijkende bepalingen worden voorzien bij huwelijkscontract.

De scheiding van goederen 

Indien wordt gekozen voor dit stelsel dan zijn er enkel twee vermogens, namelijk het eigen vermogen van elke echtgenoot. Er is dus geen gemeenschap. Beide echtgenoten kunnen wel samen eigenaar zijn van bijvoorbeeld een woning. Er ontstaat dan enkel een gewone onverdeeldheid. Bij ontbinding van het stelsel dient deze onverdeeldheid dan eveneens vereffend te worden. Op deze vereffening zijn dan echter niet de regels van vereffening en verdeling van het wettelijk stelsel van toepassing, maar de gewone regels van uit onverdeeldheid treding.